Woensdagmiddag. 13:00 uur.
Het tijdstip dat mijn consult gepland stond bij de hematoloog.
De uren ervoor kropen voorbij. We deden alles om de tijd te laten gaan: even tanken, een gebakje halen bij de bakker (calorieën en intoleranties voelen ineens zó onbelangrijk als je denkt dat je leven op het spel staat), rondlopen, grapjes maken om kleine dingen. Alles om de spanning niet de baas te laten worden. Alles om niet continu te voelen wat er onder de oppervlakte zat: angst.
In de wachtkamer brak ik. Zacht, stil, maar onmiskenbaar. Tranen rolden over mijn wangen terwijl ik probeerde rechtop te blijven zitten.
Raoul pakte mijn hand stevig vast en bleef het herhalen alsof hij het in mijn lijf wilde leggen:
“Als het chronisch is, is er veel mogelijk. We hebben dit, Daisy.”
Zijn woorden waren geen belofte. Ze waren een anker.
Toen we naar binnen mochten, voelde het alsof ik door een deur stapte die mijn leven in tweeën zou delen: vóór en ná.
De hematoloog luisterde, keek naar de uitslagen en schreef vrijwel meteen drie letters op zijn papier: CML.
Chronische myeloïde leukemie.
Raoul kneep in mijn hand. En ik voelde twee dingen tegelijk: opluchting en pure angst.
Opluchting omdat we eindelijk wisten wat er speelde. Omdat we konden stoppen met gissen. Omdat er een naam op zat. Omdat er een plan kon komen.
En angst… omdat het nog steeds kanker was. Omdat dit niet iets was wat je “even” meemaakt.
De hematoloog zei het ook meteen, nuchter en terecht:
“Word niet té opgelucht. Dit is een serieuze diagnose. En hij past niet bij jouw leeftijd en leefstijl.”
En alsof dat nog niet genoeg was, kwam er direct een tweede laag bovenop alles: mijn zwangerschap.
Ik was zwanger. En daarmee veranderde alles.
“We moeten een andere behandeling kiezen,” zei hij.
De volgende dag zou er een beenmergpunctie gepland staan. En ook een echo, om te kijken of alles goed ging met mijn kindje.
En wat toen nog niemand wist—ik zelf ook niet—was dat er niet één kindje in mijn buik zat.
Maar twee.
Twee kleine wondertjes waar ik al van hield, zonder dat ik ze kende.
Even een feitje, omdat ik toen zó’n behoefte had aan iets dat houvast gaf:
CML groeit vaak langzaam en is tegenwoordig goed te behandelen.
Ook tijdens de zwangerschap kan er veel, maar het vraagt om specialistische begeleiding en hele bewuste keuzes.
Voor moeder én kind.
Die dag was zwaar. Alles in mij schreeuwde: waarom?
Maar ergens, heel klein, zat ook iets anders: hoop.
Omdat er een route kwam. Omdat we niet stuurloos waren. Omdat we een team om ons heen zouden krijgen.
En omdat ik voelde: ik hoef dit niet alleen te dragen.
Voor mij is dit verhaal inmiddels meer dan een diagnose.
Het gaat over luisteren naar je lichaam. Over grenzen voelen voordat je omvalt.
Over hoe je verder gaat als je wereld even stilvalt.
En over hoe je, zelfs in een medisch traject, tóch een vorm van regie kunt terugpakken.
Morris speelt altijd heel leuk bij bij dit bakkertje
✨ Als jij nu in een medische molen zit, zwanger bent of moeder bent en je voelt: ik trek dit niet alleen — mijn inbox is open.
Stuur me gerust een berichtje voor een kop thee op afstand.
Of sluit je aan bij de Onderbuikgevoel Community: een gratis plek om gehoord te worden, verbinding te voelen en even op adem te komen. 🌙💛🌿✨
Reactie plaatsen
Reacties